Veelgestelde vragen
Kinderwens
Over het algemeen wordt geadviseerd naar de huisarts te gaan als je 12 maanden hebt geprobeerd om zwanger te worden. Maar als je 36 jaar of ouder bent wordt geadviseerd naar je huisarts te gaan als je na 6 maanden proberen niet zwanger bent geworden.
In de volgende gevallen is het verstandig om meteen voor advies naar je huisarts te gaan. Je huisarts kan je dan adviseren en eventueel verwijzen naar een gynaecoloog.
- Als je nooit of bijna nooit menstrueert.
- Als je een cyclus hebt van korter dan 24 dagen. De cyclus duurt van de eerste dag van de menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie.
- Als je een cyclus hebt van langer dan 35 dagen.
- Als er in het verleden vruchtbaarheidsproblemen waren die nu nog kunnen bestaan.
- Als je een aangeboren afwijking hebt die mogelijk onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben.
- Als je ooit een medische behandeling hebt ondergaan waarvan de arts heeft vertelt dat die onvruchtbaarheid tot gevolg kan hebben.
- Als je ooit een chlamydia of gonorroe infectie hebt doorgemaakt (dit zijn geslachtsziekten).
- Als je ooit een ontsteking van een eileider hebt gehad.
- Als bij de man ooit is vastgesteld dat hij zwak zaad heeft.
- Als er problemen zijn tijdens het vrijen, zoals bijvoorbeeld pijn of impotentie.
Van alle stellen die regelmatig vrijen zonder anticonceptie is 70 procent binnen 6 maanden zwanger. 80 procent is binnen een jaar zwanger. En 90 procent binnen 2 jaar.
Het is dus heel normaal als het even duurt voordat je zwanger wordt nadat je bent gestopt met het gebruik van anticonceptie.
Gezond zwanger
Om je kans op zwangerschap (en op een gezonde baby) te vergroten kun je beter ook stoppen met roken, alcohol en drugsgebruik. De gifstoffen die je daarmee binnenkrijgt maken mannen en vrouwen minder vruchtbaar. Gezonde voeding en regelmatig leven zonder stress verbeteren ook je kansen.
En om de kans op een open ruggetje bij de baby te verkleinen begin je nog voor de zwangerschap met het slikken van foliumzuur. Dat is gewoon te koop bij de apotheek.
Het beste moment om zwanger te worden is 9 maanden voor je een kind wilt krijgen. Maar eerst moet je nadenken of je aan kinderen toe bent.
Je gaat een gezin stichten. Voor een kind is het beste om op te groeien in een gezin met ouders die een goede vaste relatie hebben en die allebei voor de kinderen willen en kunnen zorgen. Verder is het prettig als er een vast inkomen is, want kinderen kosten ook geld. De woning moet geschikt voor kinderen zijn. Er moet het liefst een koelkast, een wasmachine en een fornuis zijn en een aparte slaapkamer met een kinderbedje.
Foliumzuur
Nog voor de kans op zwangerschap begin je met foliumzuurtabletten slikken. Dan stop je met anticonceptie. Je hoeft niet te wachten tot je weer regelmatig ongesteld bent na het stoppen met de pil. 80 procent van de vrouwen wordt binnen 12 maanden zwanger. Vaak is vrijen om de 1 of 2 dagen voldoende om snel zwanger te worden.
Vruchtbare dagen
Je bent 3 dagen vruchtbaar, tot 1 dag na de eisprong. Als je zwanger wilt worden, kun je het best vrijen rond de tijd van de eisprong (ovulatie). De meeste vrouwen met een regelmatige menstruatie hebben ongeveer 2 weken voor de menstruatie een eisprong en zijn dan dus vruchtbaar.
Vrijen
De manier waarop jullie vrijen speelt ook een beetje mee. Het is goed als het zaad in de schede van de vrouw blijft en er niet meteen weer uit kan lopen. De 'missionarishouding' (waarbij de man boven en de vrouw onder ligt) is daarom een goede ligging, omdat de zaadcellen dan makkelijker omhoog kunnen zwemmen. Ook de zijligging en de knie-elleboogligging zijn goede posities. Het is verstandig als de vrouw na het vrijen niet meteen opstaat, maar even blijft liggen. Zodat het zaad binnen blijft.
Wat de gynaecoloog gaat doen hangt af van je individuele medische voorgeschiedenis. Hieronder zijn enkele onderzoeken beschreven die de gynaecoloog kan doen. Lang niet iedereen krijgt al deze onderzoeken, misschien is een bloedonderzoek al voldoende!
- Eisprong. Bij de vrouw zal als eerste worden gekeken of er een eisprong is. Dit kun je onder andere bepalen door hormonen in het bloed te onderzoeken. Ook wordt er meestal een vaginale echo gemaakt van de eierstokken.
- Temperatuurcurve. De vrouw kan haar temperatuur bijhouden, iedere ochtend vlak na het wakker worden. Om te zien of er een eisprong is.
- Uitstrijkje. Om te kijken of er een infectie aanwezig is die je niet merkt of dat er afwijkingen zijn in de cellen van de baarmoedermond, wordt er een uitstrijkje gemaakt.
- Inwendige (vaginale) echo. Om te zien of er afwijkingen zijn aan de baarmoeder en/of de eierstokken. Ook kan er met de echo gezien worden of er rijpende eicellen aanwezig zijn.
- Sperma-analyse. Hier wordt gekeken naar de bijdrage van de man: hoeveel zaadcellen een zaadlozing bevat en de kwaliteit en de vorm van de cellen en de beweeglijkheid ervan.
- Echoscopie bij de man. Als uit de sperma-analyse blijkt dat er geen tot weinig bewegende zaadcellen zijn, kan een echoscopie gemaakt worden van de zaadballen om te zien of er niet ergens een blokkade is die de zaadcellen tegenhoudt.
De uitslag van het onderzoek
Na de onderzoeken is het wachten op de uitslag. Soms wordt er een oorzaak gevonden, soms ook niet. Je kan er dan voor kiezen om nog verder onderzoek te doen.
Als er wel een oorzaak gevonden wordt, is het soms mogelijk om gericht te gaan behandelen en zo proberen zwanger te worden. Dit is een hele spannende tijd. Bij 20 procent van de stellen die onderzocht worden op eventuele oorzaken van het nog niet zwanger zijn, kan er geen oorzaak gevonden worden. Samen met de gynaecoloog wordt dan naar een oplossing gezocht.
Er zijn verschillende oorzaken voor afwijkingen bij de geboorte of problemen met de zwangerschap. Bepaalde ziekten en aandoeningen komen in bepaalde streken meer voor, daarop heb je dus door je afkomst meer kans. Sikkelcelanemie en hepatitis zijn daar voorbeelden van.
Sommige gewoonten kunnen ook risico's brengen, zoals het trouwen met familieleden, waardoor de kans op erfelijke aandoeningen groter wordt door de combinatie van de kansen van vader en moeder. Het gebruik van bepaalde kruiden en geneesmiddelen kan ook schadelijk zijn. Maar ook gifstoffen of ziekteverwekkers waarmee je in aanraking komt door voeding of op je werk kunnen de aanleg van de baby verstoren.
Het beste kun je een afspraak maken met je huisarts of verloskundige voor een kinderwensconsult. Dan kun je alle risico's en maatregelen bespreken.
Zwanger
Wat betreft het vrijen in de zwangerschap is het eigenlijk heel eenvoudig. Je mag gewoon tot en met de dag waarop je gaat bevallen seks hebben.
Alleen als je vliezen zijn gebroken of je hebt bloedverlies, dan is het beter om niet te vrijen (penis in vagina) in verband met gevaar voor infectie. Overleg eerst met je verloskundige of gynaecoloog.
De baby is veilig
Je hoeft je ook geen zorgen te maken over de baby. De hele zwangerschap is een baby goed afgesloten van de buitenwereld doordat hij in een vlies zit en de baarmoedermond is gesloten. Je baby ligt veilig in het vruchtwater en kan dus niet worden verdrukt.
Zin in seks
Veel vrouwen hebben in de tweede helft van de zwangerschap meer zin in seks. Sommige vrouwen hebben zelfs vaker zin dan daarvoor. Dat komt doordat ze ineens veel energie hebben. En doordat er meer bloed door het bekken stroomt. De vagina, schaamlippen en clitoris zijn vanaf de tweede helft van de zwangerschap vaak iets dikker en gevoeliger. Ook de tepels zijn veel gevoeliger dan voor de zwangerschap. Veel vrouwen worden hierdoor sneller opgewonden. Ze genieten ook meer van het vrijen. Sommige vrouwen hebben in de zwangerschap zelfs voor het eerst een orgasme. Dat is hetzelfde als klaarkomen. Geniet dus van deze tijd!
Je partner
Voor de aanstaande vader verandert er ook veel. Hij kan op een andere manier naar zijn partner gaan kijken. Misschien vindt hij je lichaam heel mooi, en heeft hij extra zin om te vrijen. Maar het kan ook dat hij juist minder zin in seks heeft. Dit is allemaal normaal.
Problemen
Sommige vrouwen hebben een pijnlijke vagina. Dat komt doordat er meer bloed door de vagina stroomt. Het kan helpen om een koud washandje tegen je vagina aan te houden. Vrouwen met een pijnlijke vagina zijn vaak snel opgewonden, maar ze krijgen moeilijk een orgasme.
Pas als het niet meer plezierig voelt zul je op een andere manier moeten gaan vrijen. Of de laatste periode van de zwangerschap niet vrijen. Heel veel vrouwen hebben daar aan het eind van de zwangerschap geen zin meer in, dit is heel normaal. Lukt het vrijen niet? Praat er over en probeer eens andere standjes of lichamelijk contact op andere manieren. Bijvoorbeeld door een lekkere massage. Of ga samen in bad.
Je moet letten op de veiligheid voor jezelf nu en voor je kind straks. Een zwangere vrouw moet extra oppassen met oplosmiddelen. Verder wordt er aangeraden tijdens en na het schilderen enkele dagen goed te ventileren voor gebruik.
- Gebruik tijdens de zwangerschap geen verf die vluchtige organische stoffen bevat. Je kind kan (ernstige) beschadigingen aan het zenuwstelsel oplopen. Op verfblikken staat een indeling in categorieën. Gebruik verf uit categorie 1 waarop staat: bevat geen of zeer weinig oplosmiddelen.
- Zorg voor een goede ventilatie tijdens het verven.
- Indien in verf schadelijke stoffen aanwezig zijn, staat op de verpakking het zwarte Andreaskruis in een oranje vlak. Let op de waarschuwingen en EHBO-adviezen die erbij staan.
- Gebruik geen restjes oude verf of lak van onbekende herkomst. Oude verf kan lood, chroom of andere zware metalen bevatten.
- Koop een nieuw blik verf, lak of beits die geschikt is voor binnenwerk.
- Kindermeubilair van onbehandeld hout kun je het beste beschilderen met binnenbeits. Beits dringt diep in het hout door en kan dun aangebracht worden.
- Breng liever 3 dunne lagen verf aan dan 1 dikke laag. Een dik aangebrachte laag geeft een minder mooi resultaat en bladdert sneller.
- Laat de verf, lak of beits minstens 1 week drogen voordat een voorwerp gebruikt wordt.
Als je in het ziekenhuis gaat bevallen, moet je alvast je tas met spullen klaar zetten. Ook als je thuis wilt bevallen, moet je een tas klaar hebben staan voor als je onverwacht toch naar het ziekenhuis moet. Hieronder staat een lijst van wat je allemaal mee moet nemen.
- Je verzekeringspasje (als je dat niet hebt een kopie van je polisblad).
- Ponsplaatje van het ziekenhuis (als je dat hebt).
- Kaart van de verloskundige, als je die hebt gekregen. En het papier met daarop de gegevens van de zwangerschap zoals je bloeddruk en je bloedgroep.
- Toiletartikelen voor jezelf: een borstel, tandenborstel en pasta, zeep. Vergeet niet je eventuele lenzen (en vloeistof) of een bril!
- Kleding voor jezelf. Minimaal 2 pyjama's of grote T-shirts voor tijdens de bevalling. Een paar ruime slips of onderbroeken. Slippers zijn handig als je die hebt. Kleding voor na de bevalling. Na de bevalling is je buik nog niet plat. Neem dus een zwangerschapsbroek mee!
- Kleding voor de baby, waaronder een rompertje, truitje, broekje, sokken, muts, jasje of dekentje
- Een zitje om de baby te vervoeren (een babyautostoeltje).
- Fototoestel met opgeladen batterij en leeg rolletje of geheugenkaartje.
- Lijstje met telefoonnummers.
- Een 1 en een 2 euromunt voor in de rolstoel in het ziekenhuis. Het verschilt namelijk per ziekenhuis wat voor muntstuk erin moet.
- Contant geld. Voor parkeren of taxi en om iets te eten te kopen voor je partner.
Wisselende stemmingen horen bij de zwangerschap.
Hormonen
Een zwangerschap verandert niet alleen je lichaam, ook je emoties kunnen sterk veranderen. Dat komt door de hormonen in je lichaam. Je reageert daardoor anders dan toen je niet zwanger was. Je emoties wisselen sneller. Het ene moment ben je blij, het andere moment voel je je onzeker en heb je veel twijfels. Dat is bij veel zwangere vrouwen zo. Het is niet erg. Maar het kan wel vervelend zijn om te merken dat je verandert. En om te merken dat je daar zelf geen controle over hebt.
Veranderingen
Zwanger zijn en moeder worden zijn ook grote veranderingen in je leven. Dat is spannend, maar die spanning kan ook onprettig zijn. Je gevoelens zijn normaal. Iedereen heeft spanningen tijdens de zwangerschap. De ene vrouw meer dan de andere. Zoek vooral steun en praat er over.
Wat kun je doen?
- Het is belangrijk dat je goed voor jezelf zorgt.
- Zorg voor lichamelijke én geestelijke rust.
- Geef jezelf de tijd om je voor te bereiden op de komst van je kindje. Ook als het niet je eerste kind is.
- Zoek manieren om te ontspannen. Zwangerschapsgym, zwangerschapsyoga of meditatie kunnen je helpen.
Bespreek het
Soms lukt het ontspannen helemaal niet en merk je dat je stemming negatief wordt en blijft. Je bent somber en maakt je zorgen. Het is belangrijk dit aan je huisarts, verloskundige of gynaecoloog te vertellen. En voor na de bevalling is het heel belangrijk dat je stemming in de gaten houdt.
In het begin voelt iedere vrouw die net bevallen is zich erg huilerig en wiebelig. Maar dat moet na een week of 4 of 5 wel minder worden. Als dat niet zo is, geef dat aan bij je huisarts of bij het consultatiebureau. Wacht niet te lang.
Hoe eerder je aan de bel trekt hoe beter je het kan behandelen.
Onderzoeken wijzen uit dat stress gedurende lange tijd in de zwangerschap niet gunstig is voor de ontwikkeling van de baby. Maar niemand kiest bewust voor stress. Wanneer je gestrest bent, maakt je lichaam zich klaar voor actie: spieren spannen zich, de ademhaling versnelt, je hartslag gaat omhoog.
Als stress niet te lang aanhoudt, is het niet gevaarlijk. Een beetje stress is zelfs goed. Je kindje heeft dat nodig. Dan kan hij of zij het leven buiten de buik goed aan. Het is dus niet erg als je af en toe een stressvolle dag hebt.
Te veel stress
Langdurige of te sterke stress is echter niet gezond en kan tot problemen leiden voor jezelf en de baby. Je lichaam wordt dan moe en heeft te veel spanning. Dat is weer slecht voor de groei en ontwikkeling van je kindje. Zowel jij als je kindje kunnen dan ook problemen krijgen tijdens de bevalling. En na de geboorte kan je baby ook minder goed omgegaan met stress. Sommige kindjes huilen daardoor veel, andere hebben moeite met drukte, veranderingen of spanning.
Wat kun je doen?
Zorg daarom goed voor jezelf en probeer af en toe wat rust te nemen.
- Probeer tijdig naar bed te gaan en eventueel 's middags even te gaan slapen. Ook als je niet moe bent, want door de stress kun je soms je moeheid 'vergeten'.
- Probeer dagelijks aan lichaamsbeweging te doen, zodat je spieren soepel blijven. Daarnaast komt er bij bewegen 'endorfine' vrij (dit wordt ook wel het gelukshormoon genoemd). Dat is gezond voor jou en daardoor ook voor je baby.
- Eet regelmatig en gevarieerd, ook als je geen honger hebt.
- Ga af en toe iets doen dat je gedachten verzet, bijvoorbeeld naar de bioscoop of bij vrienden op bezoek.
- Ga dagelijks minimaal een kwartiertje liggen met je handen op je buik en probeer je aandacht te richten op je kindje.
Het is ook altijd verstandig om het met je eigen verloskundige of arts te bespreken.
Baby
Veel drugs kunnen ook via de moedermelk bij het kind terecht komen. Hier kan het kind veel last van krijgen. Gebruik daarom geen drugs als je ook borstvoeding geeft.
Cannabis
Cannabis kan bij de baby zorgen voor de volgende effecten:
- verminderde motorische ontwikkeling;
- versnelde hartslag;
- gedragseffecten;
- zwakkere zuigreflex en een slechter immuunsysteem;
- longontsteking;
- bronchitis;
- slaapproblemen;
- verminderde waakzaamheid.
Cocaïne
Ook cocaïne komt via de borstvoeding bij het kind terecht. Hierdoor kan het last krijgen van:
- ademhalingsproblemen;
- stemmingslabiliteit;
- diarree en braken.
Ook kunnen neurologische verschijnselen optreden, zoals 'trekkingen' (convulsies).
Speed
Speed komt ook met de moedermelk in het lichaam van het kind. Waarschijnlijk heeft dit voor een deel dezelfde gevolgen voor het kind als voor een volwassene: het kind kan bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en hartkloppingen krijgen. Een kind is echter veel gevoeliger dan een volwassene voor deze effecten. Ook GHB en XTC komen via de moedermelk bij het kind terecht.
Andere risico's
Stimulerende middelen kunnen bij kinderen (6-30 maanden) een groeiachterstand veroorzaken.
Het wordt dan ook afgeraden om tijdens de periode van borstvoeding deze middelen te gebruiken.
Gebruik (en zeker een verslaving) heeft gevolgen voor je gedrag en je dagindeling. Je kind heeft baat bij veiligheid en regelmaat. Als je high bent of moet scoren, kan je dat niet bieden.
In principe is het leidingwater in Nederland zuiver genoeg voor gebruik door zuigelingen. Je kunt zelfs beter geen flessenwater gebruiken omdat daarin allerlei stoffen zitten (zout bijvoorbeeld) die niet goed zijn voor een baby. Bovendien is het duur en niet goed voor het milieu.
Loden leidingen
Alleen het gebruik van leidingwater uit loden leidingen voor zuigelingen en jonge kinderen wordt afgeraden.
In Nederland ligt de concentratie lood in het leidingwater beneden de 25 microgram per liter. Bij loodconcentraties boven 35 microgram per liter kunnen zuigelingen de veilige 'bovengrens' overschrijden. Dat kan voorkomen in huizen van vóór 1940 in de binnenstad van grote steden, waar in enkele gevallen nog loden leidingen zijn.
Baby's die flesvoeding (kunstvoeding) krijgen, kunnen daardoor te veel lood binnen krijgen. Dat belemmert de werking van de zenuwen, met als gevolg concentratieproblemen en verminderde intelligentie. Verder kan een langdurige blootstelling aan lood leiden tot een verhoogd risico op hoge bloeddruk. Het advies is om dan water uit fles of pak te gebruiken, met een laag natriumgehalte (dus weinig zout).
Per glas alcohol zou je minimaal 3 uur moeten wachten voor je de baby voedt (na 2 glazen dus 6 uur). Dit geld uiteraard ook voor het afkolven voor latere voedingen. Alle alcohol is in die uren zeker door je lichaam afgebroken en uit de moedermelk verdwenen. Als de baby toch binnen deze tijd gevoed wordt, drinkt hij aanzienlijk minder moedermelk en slaapt hij slechter.
Je vraagt je af wat je met zulke vervelende gevoelens over het kinderdagverblijf moet doen. Vaak is het in het begin sowieso wennen en kost het moeite om je kindje los te laten. Je hebt het gevoel dat zij het nooit zo goed kunnen doen als jij zelf. Maar op een gegeven moment zal je merken dat het gaat wennen en zie je ook de positieve dingen van een kinderdagverblijf.
Praat erover
Maar als dat niet zo is en je blijft je vervelend erover voelen, kan je het best zo eerlijk mogelijk zijn naar jezelf én naar het kinderdagverblijf. Ga na waarover je geen goed gevoel hebt. En bespreek dat in ieder geval met de groepsleiding.
Vraag ook naar de pedagogische visie. Misschien heb jij een heel ander idee over verzorging, opvoeding en veiligheid. Vertel wat jouw verwachtingen zijn en vraag of zij daaraan kunnen voldoen.
Als dat geen positief resultaat oplevert, kunnen jullie je opnieuw beraden en misschien eens een kijkje nemen op een ander kinderdagverblijf. Neem je gevoelens in ieder geval serieus en praat erover.
Zwangerschap en bevalling zijn heftige gebeurtenissen. De hoeveelheid hormonen in je lichaam verandert steeds. Daardoor kun je last hebben van heftige en onverwachte emoties en van wisselende stemmingen.
Emoties
Sommige vrouwen hebben meteen een gevoel van verliefdheid op de baby. Bij anderen komt dat moedergevoel pas later. Als je een zware bevalling hebt gehad, heb je tijd nodig om te herstellen. In het begin kan het daardoor moeilijk zijn om van de baby te genieten. Huilbuien en wisselende stemmingen zijn de eerste tijd na de bevalling normaal. Je hoeft je niet groot te houden, zoek troost en bevestiging bij partner, familie en vrienden.
Onzekerheden
Veel nieuwe ouders voelen zich onzeker. Opvoeden is niet altijd makkelijk. De ene keer heb je het gevoel dat het goed gaat, de andere keer heb je het gevoel dat het allemaal niet lukt. Ouders zijn is nieuw voor jullie. Je krijgt veel nieuwe verantwoordelijkheden. Logisch dat veel nieuwe ouders aan zichzelf twijfelen. Ze vragen zich af: "Hoe kan ik het beste omgaan met mijn baby?" Of "Doe ik het goed?" en "Wat is normaal?"
Bedenk dat elke ouder fouten maakt. En twijfels horen erbij. De onzekerheid kan groter zijn door een zware en spannende zwangerschap en bevalling. Of doordat het ouderschap gecompliceerd wordt doordat je er alleen voor staat. Of doordat je een baby hebt die extra medische zorg vraagt of veel huilt.
Relatie met je partner
Het samen meemaken van de geboorte van de baby kan jou en je partner dichter bij elkaar brengen. Maar het kan ook gebeuren dat er na de bevalling spanning in je relatie ontstaat. In deze periode ben je vaak extra prikkelbaar en heb je last van wisselende stemmingen. Ook voor je partner is de geboorte van jullie kind een emotionele gebeurtenis. Emoties en vermoeidheid kunnen drukken op je relatie.
Wat kun je doen?
Probeer het ouderschap te zien als een ontdekkingsreis en zoektocht voor jullie beiden. Het is belangrijk dat je niet te hoge eisen aan jezelf en aan elkaar stelt. Je moet je kind leren kennen en de 'gebruiksaanwijzing' moet je ook zelf ontdekken.
Als je merkt dat je steeds onzekerder wordt of dat je meer gaat piekeren, is het goed om hulp te vragen. Blijf niet te lang alleen met je onzekere gevoelens rondlopen! Maak dan een afspraak met je huisarts of consultatiebureauverpleegkundige.
Peuter
Huilen zodra vader of moeder de kamer verlaat, is een veel voorkomend probleem bij peuters. Erbij blijven helpt om je kind te kalmeren. Maar voor je het weet rekent je kind daar elke avond op. En dan is het lastig om die gewoonte weer af te leren.
Bedritueel
Neem 's avonds de tijd om je kind met een vast ritueel naar bed te brengen. Zorg dat het laatste stukje van het ritueel (bijvoorbeeld voorlezen of een liedje) in bed plaats vindt. Daarna geef je een nachtzoen en je zegt vol overtuiging: "Nu ga je lekker slapen." Dat werkt beter dan vragen of je kind lief gaat slapen.
Als je kind vervolgens gaat protesteren kun je kiezen voor de directe of de geleidelijke aanpak.
Directe aanpak
Ga resoluut de kamer uit. Negeer alle gehuil en protest. Ga niet meer bij je kind kijken, totdat je zeker weet dat hij in slaap is gevallen. Dat moment komt zeker, maar kan de eerste avonden lang duren. En het vraagt veel zelfbeheersing van jou als ouder. De directe aanpak werkt alleen als je gemotiveerd bent om het echt vol te houden. Bij deze methode heb je meestal binnen een week succes.
Geleidelijke aanpak
De geleidelijke aanpak kost meer tijd. Als je kind het op een krijsen zet, ga je wel de kamer uit. Je wacht 5 minuten voordat je weer teruggaat. Doe geen licht aan en haal je kind niet uit bed. Praat geruststellend of aai wat over zijn bolletje, maar ga niet uitgebreid troosten. Het doel is om je kind en jezelf gerust te stellen. Na ongeveer 1 minuut neem je opnieuw afscheid. Je zegt dat het tijd is om te slapen en dat je zo weer komt kijken. Je blijft nu 7 minuten weg. Dan ga je opnieuw 1 minuut naar binnen om je kind gerust te stellen en te laten merken dat je er nog bent. Voer de tijd dat je weg blijft, steeds op met twee extra minuten, dus 5 - 7 - 9 - 11 minuten. Je blijft terugkomen om je kind even gerust te stellen. Maar tegelijkertijd maak je duidelijk dat je peuter echt moet slapen en er niet meer uit mag. Je herhaalt dit net zo lang totdat je peuter slaapt. De eerste avonden kan dat lang duren, maar uiteindelijk zal je kind zich erbij neerleggen.
Wachten terwijl je kind huilt, duurt lang. Een minuut lijkt dan al gauw een eeuwigheid. Een klok of kookwekker kan helpen om je aan het schema te houden. Blijf niet langer dan een minuut om je kind gerust te stellen. Ga dan weer de kamer uit ook al is je kind nog niet gestopt met huilen.
Driftbuien komen veel voor in de peuterleeftijd. Soms zijn ze te voorkomen, maar soms ook niet.
Wat kun je doen?
- Als een driftbui niet meer te vermijden valt, blijf dan zelf rustig.
- Hoe meer je op je peuter inpraat, boos uitvalt of probeert te troosten, hoe langer de driftbui zal duren.
- Laat de storm uitrazen, hoe lastig dat ook is!
- Toegeven of afleiden met iets leuks werkt als een beloning. En kan ertoe leiden dat driftbuien toenemen.
- Je peuter moet juist leren dat hij met een driftbui niets bereikt.
Niet reageren
Niet reageren of negeren kan een effectieve strategie zijn bij driftbuien. Maar voor ouders is het een hele opgave. Want negeren werkt alleen als je het ook vol kunt houden.
- Dat betekent concreet: geen aandacht geven aan je kind zolang de driftbui duurt. Dus niet tegen je peuter praten en ook niet naar hem kijken. Dat is lastig want een peuter die eraan gewend is dat je altijd reageert, gaat in het begin vaak nog harder schreeuwen.
- Zelf even wat anders gaan doen, kan helpen om negeren vol te houden. En tot je verrassing zul je merken dat de driftbui dan vanzelf ophoudt.
Weer rustig? Geef positieve aandacht
Wat heel belangrijk is: geef positieve aandacht zodra je peuter weer rustig is. Kom niet meer terug op het voorval. Help je kind liever even op gang met een activiteit en geef hem een lekkere knuffel.
Agressief gedrag
Het meeste agressieve gedrag onder mensen komt voor op de peuterleeftijd! Jonge peuters kunnen frustratie of ergernis nog niet goed in woorden uitdrukken. Peuters gaan slaan, duwen of aan haren trekken. Bijten roept wel de meest hevige reacties op van ouders of omstanders.
De redenen kunnen verschillend zijn. Bijvoorbeeld omdat een peuter zijn zin niet krijgt. Of hij voelt zich in het nauw gedreven. Soms kan het een vorm van aandacht trekken zijn. Want agressie geeft altijd veel commotie. Jonge peuters hebben nog geen idee wat hun gedrag aanricht.
Meestal willen ze de ander niet opzettelijk pijn doen, maar is het hun manier om te laten merken wat ze ergens van vinden. Ook al is het gedrag dat veel voorkomt, nu is het wel het moment om te beginnen met dat af te leren.
Het is inderdaad normaal dat kinderen 'aan zichzelf zitten'. Ze verkennen hun eigen lichaam en betasten dan ook hun geslacht. Het geeft ze een prettig gevoel, maar ze hebben er geen seksuele gedachten bij. Je hoeft je kind niet te verbieden zichzelf te betasten.
Wat kun je doen?
- Noem de dingen bij hun naam: plasser, piemel, pikkie, sneetje, spleetje, vagina.
- Leg uit dat sommige mensen deftige woorden gebruiken zoals penis. En ook dat sommige woorden lelijk gevonden worden, zoals lul en kut.
- Kies de woorden die jullie willen gebruiken en gebruik ze dan ook gewoon.
- Je kunt wel duidelijk maken dat het privé is. Je kunt bijvoorbeeld vertellen dat het best mag in de douche, maar niet waar andere mensen bij zijn, of ergens anders. Net als neuspeuteren…
Het is geen drama, dus maak dat er ook niet van. Blijf kordaat en vooral positief. En geef je peuter de kans om het zelf te doen. Zelf doen is wat peuters het liefste willen! Het kan helpen om er een spelletje van te maken.
Tandenpoetsen
Allereerst het tandenpoetsen. Dat komt dagelijks terug en is erg belangrijk om gaatjes te voorkomen.
- Koop samen een leuke tandenborstel.
- Laat je kind eerst zelf poetsen. Laat hem eventueel ook jouw tanden poetsen of die van een knuffel. De kans is groot dat jij daarna ook zijn tandjes mag doen.
- Napoetsen is belangrijk om te zorgen dat er echt goed gepoetst is.
- Zing er een liedje bij, of vertel een verhaaltje.
- Prijs je peuter als het goed gaat. Houd in elk geval het poetsen op het dagelijks programma.
Haren wassen
Haren wassen is niet iedere dag nodig. Het handigst is om het niet apart te doen, maar onder de douche of in bad.
- Je kind mag zich helemaal insmeren, dus ook zijn hoofd.
- Gebruik een gel of schuim voor baby's, die niet prikt in de oogjes. Aparte shampoo is niet nodig.
- Met uitspoelen moet je helpen.
- Zeg wat je doet en gaat doen. Toon begrip en wees geduldig. Haast en irritatie werken precies verkeerd.
- Probeer uit te vinden wat je kind precies vervelend vindt en houd hier rekening mee.
- En maak het leuk! Bijvoorbeeld in de spiegel kijken met 'sop op je kop'.
Eenmaal baby af kun je beginnen met je kind te leren om zelf te eten. En je peuter wil ook niets liever dan 'ikke doen'. Maar zelf eten is een kwestie van oefenen. En dat vraagt van de kant van ouders wel een beetje geduld.
Samen aan tafel
Samen eten is gezellig en een kind leert er van. Bijvoorbeeld hoe je een boontje aan je vorkje prikt. Peuters imiteren graag wat ze anderen zien doen. Dat is de beste manier om het te leren. Vooral als je de sfeer gezellig houdt en je kind prijst voor zijn inspanningen. Soms kan het wel eens handig zijn om een kind vooruit te laten eten. Maar dan mist hij wel een belangrijk leermoment.
Kliederen
Ouders kunnen het soms moeilijk aanzien als hun peuter kliedert met eten. Hup, dan maar even snel voeren? Doe het niet, ook al is de verleiding groot. Alleen door veel te oefenen kan een peuter leren om zelf te eten. En knoeien hoort daar bij. Te lang doorgaan met voeren houdt je peuter klein. Zorg dat alles klaar is als je kind aan tafel gaat. Peuters kunnen niet zo goed wachten. Gebruik een kinderstoel waar je kind niet uit kan vallen. Kies voor bestek en servies dat is afgestemd op peuterhandjes. Om kruimels en spetters op te vangen kun je een stuk doorzichtig plastic onder de kinderstoel leggen.
Met een lepel eten
Geef je kind een compliment als het lukt om eten op de lepel te krijgen. In het begin moet je misschien nog wel eens een handje helpen. Bijvoorbeeld bij het op de lepel scheppen En ook om eten naar zijn mond te brengen. Dat is echt een hele inspanning. Voer je kind als je merkt dat hij moe wordt en zijn aandacht verliest. Verminder je hulp als je merkt dat je kind steeds handiger wordt met de lepel.
Smaak en proeven
Dat je peuter met de rest van het gezin mee gaat eten betekent niet dat hij of zij ook meteen alles lust. Kinderen moeten de kans krijgen om hun smaak te ontwikkelen. En ze moeten ook wennen aan voedsel waar je meer op moet kauwen.
- Laat je kind regelmatig nieuwe dingen proeven. Geef nieuw eten in een kleine portie samen met dingen die hij al lust. Vertel hoe dat nieuwe eten heet.
- Geef je kind een complimentje als hij het proeft.
- Mocht je kind het niet lekker vinden, laat het dan zo. Dring niet verder aan. Probeer het na een paar weken opnieuw.
- Bedenk dat de meeste mensen dingen hebben die ze niet lusten. Of die ze hebben leren eten. Het doel voor je kind is om zijn smaak te ontwikkelen en afwisselend te leren eten, net zoals de rest van het gezin.
Basisschoolkind
Veel kinderen vertellen thuis niet dat ze gepest worden. Ze willen hun ouders niet teleurstellen. Of ze zijn bang dat het pesten erger wordt als ze dit aan hun ouders vertellen. Want dat is juist wat ze niet willen: dat vader of moeder zich met de pestkop gaat bemoeien.
Praat erover
Als je het gevoel hebt dat je kind wordt gepest, praat er dan met je kind over. Geef aan dat je ziet dat hij zich anders gedraagt. Vraag of er iets gebeurd is. Neem je kind serieus. Probeer er samen achter te komen waarom je kind gepest wordt. Vertel dat pesten veel voorkomt maar dat het niet normaal is.
Contact met school
Neem contact op met de school en andere ouders. Vertel dat je kind gepest wordt. Kijk of jullie samen er iets aan kunnen doen. Veel scholen hebben speciale regels die gelden bij pesten. De leerkracht kan je hier meer over vertellen.
Zeg je kind dat je gaat proberen het pesten te stoppen. En dat je dat doet met hulp van anderen, bijvoorbeeld de school. Je bespreekt en oefent met je kind wat hij kan doen in verschillende situaties.
Wat als je kind pest?
Is je kind niet het slachtoffer? Maar juist de pestkop of doet hij mee aan het pesten? Dan is het ook belangrijk om dit met je kind te bespreken. En ook dan is het goed om contact op te nemen met de school. Zo kun je samen bespreken wat de beste oplossing is.
Wat zijn de gevolgen van pesten?
Kinderen die regelmatig gepest worden, kunnen bang, onzeker en verlegen worden. Ook kunnen ze last krijgen van buikpijn, hoofdpijn en nachtmerries. En ze hebben steeds minder zin om naar school te gaan. Pesten kan zelfs ernstige gevolgen hebben. Bijvoorbeeld minder of geen zelfvertrouwen of een depressie.
Om je kind te leren om te gaan met geld, kun je zakgeld geven. Dat kun je doen als je kind de verschillende munten kan herkennen. Meestal is dat rond 6 of 7 jaar.
Hoeveel zakgeld je geeft, hangt af van hoeveel je zelf kunt besteden. En wat je kind ervan moet kopen. Kinderen zeggen altijd dat anderen meer krijgen!
Maak afspraken
Het belangrijkste is dat jullie samen duidelijke afspraken maken, en dat je als ouder je daar ook aan houdt. Geef bijvoorbeeld steeds een vast bedrag op een vast tijdstip. Ook als je kind geen geld meer heeft omdat hij het aan iets anders heeft uitgegeven. Fouten maken mag. Daar kan je kind alleen maar van leren. En zo kan je voorkomen dat je kind later geldproblemen krijgt. Bespreek ook af en toe samen hoe het gaat: heeft je kind genoeg geld, lukt het om te sparen? Praat ook over reclame. Zo kan je kind leren om de trucjes van reclame te snappen.
Sparen
Leer je kind om te sparen voor iets dat hij graag wil hebben. Maar leer hem ook dat het nuttig en leuk kan zijn om iets te kopen. Want sommige kinderen geven liever niets uit! Als je kind ouder wordt, kun je hem meer verantwoordelijkheid geven. Je kunt dan bijvoorbeeld ook kleedgeld geven.
Luis in je haar? Kammen maar!
Als je kind hoofdluis heeft, is het advies het haar gedurende 2 weken dagelijks te kammen met een netenkam. Het netenkammetje is de meest vriendelijke methode voor het haar van je kind. Eventueel kan het kammen gecombineerd worden met een antihoofdluismiddel. Verder is het belangrijk om ook jezelf en anderen te controleren
Op school
Naast de behandeling van je eigen kind is het vooral ook belangrijk andere ouders en school te vertellen dat je luizen hebt ontdekt. De luizen lopen van het ene hoofd naar het andere. Dus alle kinderen moeten gecontroleerd en zo nodig behandeld worden om van de luizen af te komen. Daarna regelmatig blijven controleren!
Overleg met school en de arts of verpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg of er op school extra aandacht aan besteed kan worden.
Tips
- Kammen en borstels ontsmetten, uitkoken of weggooien. Leen ook geen kammen, borstels, mutsen of hoofddoekjes uit.
- Laat je kind zijn jas in een plastic tas ophangen aan de kapstok op kinderopvang, op school en clubjes. Een luizentent, of een luizencape, helpt eventueel ook.
Voldoende slaap is heel belangrijk voor de groei en ontwikkeling van kinderen. Dat betekent dat kinderen op tijd naar bed moeten, rustig moeten kunnen slapen en 's morgens uitgerust wakker worden.
Bedritueel
Sommige kinderen willen niet naar bed, komen er weer uit, of roepen hun ouders. Zorg in ieder geval voor een vast rustig bedritueel, zoals voorlezen. Ga niet bij je kind liggen als hij niet kan slapen. Maak duidelijk dat het bedtijd is en dat hij moet gaan slapen. Ook als hij niet slaapt, krijgt het lichaam rust. Sommige kinderen willen hun ogen niet dicht doen. Ze mogen ook best met hun ogen open slapen!
Tips
- De één slaapt liever in het pikdonker, de ander met een nachtlampje, of het licht in de gang aan.
- Let ook op lawaai en temperatuur. Een zacht muziekje kan geen kwaad. De beste temperatuur is 15-18 graden.
- Kinderen die buiten actief zijn geweest, slapen beter.
- Als je kind voor het slapen gaan spannende dingen doet of ziet (tv!) is het moeilijk om rustig te gaan slapen. Zorg voor een half uurtje rust om bij te komen voor het slapen gaan en zeg dat ook.
- Als je kind 's nachts wakker wordt en uit bed komt, breng je hem gewoon terug. Zeg dan welterusten of slaap lekker en vertrek.
- Als je kind nog steeds niet goed slaapt, probeer dan een dagboekje bij te houden. Is er verband met gebeurtenissen overdag? Praat erover met je kind of er iets aan de hand is (iets angstigs of spannends of een geheim…).
- Als je ongerust blijft dan kun je bij de arts of verpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg of je huisarts hulp vragen.
Het is goed om te bedenken wat je zelf vindt van zijn gedrag. Is hij anders dan andere kinderen die je kent? Is zijn gedrag anders dan vroeger? Zij er thuis dingen veranderd? Luistert hij thuis ook niet, of hoort hij niet goed?
Maak een afspraak op het CJG om je zorgen te bespreken. De jeugdgezondheidszorg heeft een gezondheidsdossier van hem. Daarin is bijgehouden hoe hij zich ontwikkeld heeft tot nu toe. Er kan ook een gehoortest gedaan worden. In een gesprek zoeken jullie uit wat er aan de hand kan zijn. Samen overleggen jullie over het vervolg.
Het kan gaan om verder onderzoek en behandeling van het kind. Ook kan besproken worden welke aanpak en begeleiding op school het meest geschikt is. En wat je zelf thuis kunt doen. Het is belangrijk dat je zoon met plezier naar school gaat en dat hij bij de les blijft. Ook als er een ontwikkelingsprobleem of -stoornis is. Daarom is het goed om niet te lang te wachten en uit te zoeken hoe je als school en ouders samen kan werken om te zorgen dat hij kan blijven meedoen op school.
Puber
Of ze zwanger is, is makkelijk te onderzoeken met een zwangerschapstest. Ze kan ook gedwongen zijn tot seksuele gemeenschap.
Weegt ze te weinig?
Er kan ook iets anders aan de hand zijn. Bij een meisje dat niets van jongens moet hebben, haar vormen en lichaam verbergt onder wijde truien en veel sport kun je ook denken aan anorexia. Als een meisje erg licht van gewicht is, stopt de menstruatie.
Praat erover
Probeer haar te laten praten over haar lichaam en over wat zij denkt dat er aan de hand is en wat zij daarvan vindt. Spreek af dat zij naar de huisarts of de jeugdarts gaat. Het liefst ga je natuurlijk mee, maar als zij dat niet wil, zeg dan dat je wel wil horen wat de arts vindt. Afhankelijk van de uitkomst van het bezoek aan de arts, kunnen er verdere stappen nodig zijn. Blijf in gesprek, maar houd het open, zet haar niet onder druk.
Zwangerschap
Mocht ze toch zwanger zijn dan heeft je dochter je steun nodig. Hoe moeilijk het ook is en wat er ook allemaal door je heen gaat. Ze weet misschien zelf nog niet goed wat haar mogelijkheden zijn. Daarom kun je haar het beste zo goed mogelijk informeren. Probeer daarbij toch 'neutraal' te blijven en geen druk op haar te leggen. Ze zal uiteindelijk een keuze moeten maken, waar ze zich zelf goed bij voelt.
1. Luisteren
Een puber wil graag praten, als hij zich veilig en gewaardeerd voelt. Neem de tijd als hij iets wil zeggen. Laat zien dat je het graag wilt horen. Hij leert over zichzelf door met jou te praten en jij weet beter waar hij mee bezig is. Als ouder heb je misschien de neiging om veel te praten of om meteen te zeggen wat je ervan vindt. Maar luisteren is net zo belangrijk als praten. Als je kind het gevoel heeft dat je niet naar hem luistert en dat hij moet doen wat jij zegt, dan werkt dat juist averechts. Je kunt daarom beter proberen je te verplaatsen in je kind en begrip te tonen voor zijn mening of situatie. Breng wat humor in het gesprek, dan wordt het niet zo gewichtig. Lach samen, maar lach hem niet uit. Zo hou je een goed contact.
2. Maak regels
Pubers hebben regels nodig. Bijvoorbeeld over bedtijd, tijd om thuis te komen en waar ze naar toe kunnen gaan. Door deze regels weet je kind wat hij wel en niet mag. Blijf praten over de regels en hoe die voor je kind in de praktijk werken. Steun hem als het lastig is om de regels te respecteren. De afgesproken regels kunnen je kind motiveren om 'nee' te zeggen tegen vrienden. Als hij alcohol krijgt aangeboden kan hij zeggen: "Nee bedankt, van mijn ouders mag ik 2 weken niet msn'en als ik drink."
3. Leer je kind omgaan met verantwoordelijkheid
Je kind moet leren omgaan met verantwoordelijkheid. Dit betekent: zelf beslissingen nemen, situaties inschatten en situaties van verschillende kanten kunnen bekijken. Je kunt al vroeg beginnen om je kind daarop voor te bereiden. Op de basisschool kun je je kind al meer zelf laten beslissen. Eerst over simpele dingen zoals het uitgeven van zakgeld. En later over moeilijkere dingen.
4. Laat je kind zijn eigen mening ontwikkelen
Het is belangrijk dat je puber zijn eigen mening ontwikkelt. Hij moet ook leren om zijn mening te kunnen geven in gesprekken met anderen. Luister goed en stimuleer je puber zijn eigen mening te geven. Bijvoorbeeld over gebeurtenissen op school of thuis.
Dit is niet altijd te merken. Zeker niet als je kind maar één keer drugs heeft gebruikt.
Gedrag
Gebruikt je kind vaker drugs? Dan kan zijn gedrag veranderen. Het gaat bijvoorbeeld slecht op school. Houd er wel rekening mee dat je kind zich ook anders kan gedragen doordat hij in de puberteit zit of andere problemen heeft.
Praat erover
Heb je het idee dat je kind drugs gebruikt? Dan is het goed om een gesprek te hebben met je kind. En dan is het vaak prettig als je zelf ook wat afweet van drugs.
- Als je je kind wilt aanspreken op drugsgebruik, kies dan een goed moment. Ga het gesprek niet aan als je boos bent of als je kind terugkomt van een feestje, en ook niet als er anderen bij zijn. Kies liever een rustig moment uit.
- Confronteer je kind direct met wat je gezien hebt. Benoem wat je zag en geef aan dat je denkt dat hij drugs gebruikt.
- Vraag dan hoe lang hij dat doet, hoe vaak en met wie. Je mag bezorgd zijn, maar probeer wel open en belangstellend te zijn. Maak er geen kruisverhoor van, want dat werkt averechts.
- Probeer goed te luisteren naar wat je kind te zeggen heeft. Houd het gesprek rustig en vraag niet te veel door. Het is waardevol om te kunnen blijven communiceren.
Zeker als het probleem ernstiger blijkt dan je denkt, is het belangrijk dat je in gesprek kunt blijven om samen hulp te kunnen zoeken.
Onderhandelen kunnen ouders en kinderen over bijna alles: zakgeld, hoe laat thuiskomen, roken, drinken, opruimen, noem maar op.
Het is verstandig om alleen regels te bespreken die er echt toe doen. Dat scheelt een paar nutteloze discussies. Je laat een puber ook meer in zijn waarde als je geen punt maakt van een zoen geven of niet, wel of geen oorbel, hoe zijn haar moet worden geknipt, welke make-up is toegestaan en dat soort zaken. Accepteer ook dat je kind zo nu en dan experimenteert.
Tips
- Onderhandelen is vaak een begin. Over belangrijke zaken beslissen de ouders dan nog steeds.
- Als je kind verder opgroeit moet je soms dingen verbieden.
- Een wat oudere puber kan over steeds meer zaken zelf beslissen. Rond zijn 16e, 17e jaar kun je niet blijven verbieden. Afraden en uitleggen waarom, dat kan nog altijd.
- Een goede tactiek is om vooraf te bedenken hoe je dat gesprek gaat aanpakken en welk moment en welke plek geschikt zijn.
Veel CJG's organiseren bijeenkomsten over omgaan met pubers, daar krijg je tips en wat meer inzicht in hoe een puber in elkaar zit. Ook is het mogelijk een individueel gesprek te vragen met een opvoedkundige.
Steeds meer scholieren hebben een baantje. Dit kan een bijbaantje zijn na schooltijd, vakantiewerk of allebei.
Werken
Een brugklasser (tot 13 jaar) mag alleen lichte werkzaamheden doen, thuis of in de buurt. Hij mag geen zelfstandige werkzaamheden uitvoeren, alleen helpen. Voorbeelden: helpen in de winkel, oppassen, fruit plukken, auto's wassen, folders rondbrengen.
Verdienen
Er zijn bepaalde regels die bepalen hoeveel je kind mag werken en verdienen. Jongeren van 13, 14 en 15 jaar mogen bijvoorbeeld niet meer dan 12 uur per week werken. Daarbij zijn er ook regels met betrekking tot het werken op schooldagen en in de weekenden. Voor jongeren vanaf 16 jaar zijn deze regels minder streng. En voor jongeren vanaf 18 jaar gelden de algemene arbeidsregels volgens een CAO. Werken mag natuurlijk niet ten kosten van het huiswerk gaan.
Tips
- Het is goed om te leren voor jezelf te zorgen, te sparen voor grote uitgaven en om verantwoordelijkheid te dragen. Een puber voelt zich belangrijk en serieus genomen met een baantje!
- Je moet natuurlijk wel in de gaten houden dat het niet teveel wordt.
Jongvolwassene
Je bent benieuwd hoe hij het maakt en maakt je zorgen omdat je niets hoort. Daar heeft hij waarschijnlijk helemaal niet aan gedacht! Hij heeft zich enthousiast op zijn nieuwe leven gestort en heeft het zo druk met alle nieuwe ervaringen, dat hij zijn oude thuisfront vergeet. Dat hoort bij deze nieuwe fase. Je kunt informeren bij zijn oude vrienden, of zij weten hoe het met hem gaat.
Toch is hij in deze overgangsfase ook kwetsbaar. Als het niet zo gaat als hij zich had voorgesteld, als er iets mis gaat, kan een teleurstelling hem angstig maken voor de toekomst. Misschien maakt hij moeilijk nieuwe vrienden. Misschien valt de studie tegen. Misschien valt het nieuwe zelfstandige leven hem zwaar, maar wil hij zijn ouders daar niet mee lastig vallen. Het kan zelfs zijn dat hij door de veranderingen en alle nieuwe ervaringen in de war is geraakt.
Laat hem daarom weten dat je het leuk vindt om zijn nieuwe omgeving te leren kennen en dat je hem daarom tussentijds komt opzoeken. Ga dan ook echt op de aangekondigde datum en tijd. Is er niets aan de hand, steun hem dan in zijn zelfstandigheid, maar spreek hem ook aan op zijn verantwoordelijkheid. Hij moet regelmatig iets van zich laten horen omdat jij ongerust wordt als bericht uitblijft.
Als hij niet happy is, of een eenzame, verwaarloosde en/of verwarde indruk maakt dan moet je zorgen dat hij hulp krijgt. In zijn nieuwe woonplaats, via studentenzorg of huisarts of in de oude woonplaats via de huisarts.
Je gunt je dochter een leuk en onbezorgd leven, maar je wilt haar ook financieel zelfstandig laten worden. Dan moet ze zorgen dat haar inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn.
Bekijk samen met je dochter haar financiële situatie. Gebruik hierbij bijvoorbeeld de website en de boekjes van het Nibud. Laat haar de uitgaven op een rijtje zetten. Een huishoudboekje is ook goed om helder te krijgen waar je geld blijft. Bespreek hoe zij haar budget in balans kan houden. Sparen voor grote uitgaven hoort erbij.
Als ze steeds geld blijft vragen, is ze niet echt onafhankelijk. Lenen zonder afbetalen is eigenlijk schenken. Daar kun je voor kiezen als je kind zelf niet voldoende inkomsten heeft, of als je niet wilt dat ze meer tijd aan werken besteed dan aan studeren. Je kunt het onverwacht geven als verrassing, maar je kunt ook gewoon op een vast moment een vast bedrag overmaken. Je dochter financieel ondersteunen moet natuurlijk niet ten koste gaan van je eigen huishouden. Denk ook aan je andere kinderen.
Misschien komt je zoon er nu pas achter wat de studie inhoudt. Waarom heeft hij er toen voor gekozen? Heeft hij een idee wat voor baan hij later wel zou willen hebben? Een rechtenstudie is voor heel veel functies een goede basis, misschien is er best een leuke afwisselende baan te vinden via interne opleidingen.
Als hij het echt niet meer ziet zitten, kan hij natuurlijk (tijdelijk) stoppen. Dan kan hij zich misschien met een tijdelijke baan of vrijwilligerswerk alvast oriënteren en ervaring opdoen in een andere richting. Om dan wel de juiste keuze te maken, moet hij zich goed (laten) informeren. Hij kan een beroepskeuzetest doen en advies krijgen wat past bij zijn aanleg en belangstelling. Diploma's zijn belangrijk, maar prettig werk dat bij hem past draagt meer bij aan een gelukkig leven!
Het is wel haar leven! Vraag eens waarom zij zo van hem houdt. Misschien is zijn rust en volwassenheid juist wel aantrekkelijk. En hij vindt haar jeugdige spontaniteit misschien juist zo leuk. Samenwonen is best een goed idee om uit te proberen of ze een evenwichtig koppel vormen. Het kan juist ook een proefperiode zijn, voordat je je bindt voor de rest van je leven.
Zelf moet je als ouders ook wennen aan het idee dat iemand anders zo belangrijk wordt in het leven van je kind. Toch moet je haar loslaten en de kans geven zelf te kiezen. Het beste is om samen met je dochter en haar vriend te praten over de toekomst. Voorlopig is het belangrijk om nog geen definitieve keuzes te maken en verplichtingen aan te gaan. Dus bijvoorbeeld wel samenwonen, maar geen huis kopen. Laat weten dat je er altijd voor haar bent, ook al woont ze niet meer thuis. En wees blij met een nieuwe vriend, verheug je op hun geluk.
Jongeren maken tegenwoordig makkelijk schulden. Allereerst de studiefinanciering en dan geld bijlenen. Rood staan aan het eind van de maand, leningen voor een grote aanschaf, kopen op afbetaling. Zelf was je dat misschien anders gewend.
Afbetalen lukt alleen als er voldoende inkomsten tegenover staan. Bespreek met je zoon waarover je je zorgen maakt. Bang dat zijn makkelijke leventje van nu hem later in moeilijkheden brengt? Misschien is daar geen reden toe en heeft hij gewoon geïnvesteerd in zijn toekomst. Als hij niet steeds meer nodig heeft en wel een inkomen krijgt, dan kan hij in de loop van de tijd rustig aflossen. Als hij met zijn schulden echt een te grote last op zich heeft genomen, probeer dan samen een plan te maken om ze zo snel mogelijk te verminderen. Kijk bijvoorbeeld ook op de website van het Nibud. Voor de studieschuld bestaat een aparte regeling. Meer informatie daarover vind je op de website van de DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs).
-
'Liefde is alles!'
Of je kinderen nu hun eten laten staan, niet voor de tv zijn weg te slaan, je ze af en toe wel achter het behang kunt plakken.. iedere keer geldt toch weer het bekende 'amor vincit omnia': liefde overwint alles!lees meer

Lees voor